De woningen in de Water- en Grassenbuurt zijn eind jaren 70 gebouwd en ook naar de bouwkundige-en energieprestatienormen van die tijd. Om een goed beeld te krijgen waar we nu staan en wat effectieve eerste stappen zijn om de energierekening omlaag te krijgen is eerst in 2025 onderzoek gedaan bij 4 woningen die nog grotendeels in de originele bouwkundige staat verkeren met weinig tot geen uitgevoerde isolatiemaatregelen. Deze woningen noemen we “referentiewoningen”. Vanuit die bouwkundige staat en energieprestatienorm kunnen we een prioriteitenlijst opstellen van energiebesparende maatregelen en het verwachte effect op energiebesparing of wooncomfort.
In onze wijk staan de volgende woningtypen:


De 4 woningen die onderzocht zijn, zijn Types A, A1/A2, C en F. Bij deze woningen is een warmtescan uitgevoerd waarin zichtbaar wordt op welke oppervlakken van de woningen de meeste energie wordt verloren aan de buitenlucht. Ook is een zogenaamde blowerdoortest uitgevoerd om te meten waar de grootste kieren zitten in deze huizen en is een bouwkundige inspectie uitgevoerd. De conclusie na deze onderzoeken:
Bouwkundig: er is weinig mis met de woningen in onze wijk, ze zijn bouwkundig in goede staat.
Energieprestatie: ieder woningtype heeft energielekken. Daar waar informatie bekend over een specifiek woningtype wordt deze vermeld. Generiek geldt voor de hele wijk, 80% van de woningen heeft energielabel C.
De meest voorkomende energielekken zijn:
- Thermische brug, de plek in de buitenste schil waar de isolatie onderbroken is, waardoor warmte sneller ontsnapt en koude lucht naar binnen komt. Bij type A zijn dat de aluminium kozijnen, bij type C en F zijn dat de verdiepingsvloer en lateien.
- Infiltratielekken bij de houten en glazen voordeuren
- Slechte isolatie:
- (zij)gevels, dak en zolder
- de aansluiting van het dak op de gevel
- alles waar enkel glas is
De Werkgroep streeft voor de wijk naar een verlaging van de totale warmtebehoefte en voor elke woning minimaal naar een energielabel A+ in 2032. Gemiddeld verbruikten we 1150 m 3 per jaar in 2025. We streven via 600 m3 per jaar in 2032 naar 400 m3/jaar in 2040. Dit is vooral van belang voor de belasting van het stroomnet op vriesdagen. Het doel is haalbaar om de woningen naar energielabel A te krijgen, daar zijn wel wat maatregelen en investeringen voor nodig. Zie kopje Isoleren.